 |

|
[Webcomic] Bandirah
06 augustus 2006 |
Bandirah
Auteur: Robert Schuit
Website: www.bandirah.nl
Al twee jaar lang word ik gestalkt door een jongeman met blond haar, die graag wil dat ik een recensie schrijf van zijn werk. De jongeman is cartoonist, zeg maar gerust absurdist. En absurdisten zijn vasthoudend. Ik krijg soms ook obscure mailtjes van hem, waarin hij mij allerlei gunsten belooft, in ruil voor dat ene stukje stripkritiek.
De jongeman heet Bandirah. Ik leerde hem kennen tijdens een borrel ter gelegenheid van het driejarig bestaan van Probeersel.com. We zaten die avond op het terras van het Tilburgse café Cul de Sac. Nu, twee jaar later, bevind ik mij weer in Cul de Sac. Bandirah is er ook en verdomd: Probeersel heeft er opnieuw iets mee te maken. Het is weer feest, dames en heren.
In een feestrede behoor je aardig te zijn tegen degenen die in het zonnetje worden gezet. Dat geldt dus ook voor Bandirah, die lid is van de Probeersel Club. Maar ik wil eigenlijk helemaal niet aardig zijn. Dat heb ik al genoeg gedaan tegen hem, getuige een lang online interview dat u op Comicbase.nl kunt vinden.

Mijn aardigheid spreekt ook uit de tekst die Bandirahs uitgever onlangs afdrukte achterop zijn albumdebuut, Stout, stout fruit. Daar zeg ik: ‘Het kenmerkende worstmannetje, de vervreemdende logica, maar vooral het triestige en sadistische universum dat zo eigen is aan zijn humor... Bandirah is hard en gemeen, op het heerlijke af. En zijn kracht schuilt in de hartverscheurende monoloog, want juist in de puntige teksten schuilt de scherpte van Bandirahs humor.’
Hmm. Twee keer ‘schuilt’ in één zin, dat is niet zo fraai. Maar voor de rest is het een hele mond vol, waar Bandirah natuurlijk nog jaren op kan teren. Dus wat zeurt hij toch aan mijn hoofd? Tegen mezelf blijf ik zeggen: ‘Blijf rustig, wees vriendelijk.’ Ook als de inmiddels wat ongeduldig geworden Bandirah cartoons over mij gaat maken. En zijn kameraad Troy Titane doet daaraan mee. Het woord ‘stripjournalist’ is voor beide heren een bron van inspiratie. Maar wat moet mij dan inspireren?

Toen ik Bandirah begin vorig jaar interviewde, had hij het over het schenden van de afspraak tussen artiest en publiek. Dat vond ik een goede omschrijving van hoe een Bandirah-cartoon werkt. Tekst en beeld komen bij hem soms totaal niet samen. Maar soms ook weer wel. Nee nou het omslag van zijn debuutalbum: Lucky Luke kleedt zich alweer aan, terwijl zijn schaduw nog neukt met een vrouw. Ik zal hem niet uitleggen. Eerlijk gezegd vind ik dit geen echte Bandirah-cartoon. Hij is te duidelijk, te eenduidig. Bovendien is Bandirah in full colour niet echt mijn ding.
Bandirah-cartoons gaan vaak over incest, net als de spotprenten van de Amerikaan Ivan Brunetti, van wie onlangs een boekje verscheen bij de uitgever die ook Bandirah uitgeeft. Brunetti zegt over zijn eigen werk: ‘Ik bedacht deze grappen lang geleden, toen ik een gestoorde jongeman was. Jezus Christus, wat was ik toen een klootzak. Ach, ik denk dat er nog wel een paar grappige tussen zitten. Alleen... Vroeger lachte ik gewoon, maar nu lach ik mezelf uit.’
Bandirah is een jaar of tien jonger dan Brunetti, dus is hij die gestoorde jongeman. Een jongeman die mij mailtjes stuurt met gekke verzoeken, die cartoons over mij maakt en die niet zal rusten voor ik zijn werk heb gerecenseerd. Helaas. Ook vandaag komt het er niet van. Vandaag is het aan mij om de afspraak tussen artiest en publiek te schenden.
Jeroen Mirck
Deze tekst werd op 5 augustus 2006 als feestrede uitgesproken tijdens het jubileumevenement van Probeersel.com in het Tilburgse Café Cul de Sac, maar doet nu ook dienst als Webcomic Review.

Boven: Bandirah volgens Wouter Diesveld.
Onder: Bandirah en Troy Titane volgens Bandirah.
|
|
 |